Kirlianfotodiagnose
Ontstaansgeschiedenis
De EEA is gebaseerd op Kirlianfotografie, die in zijn basisvorm ontwikkeld is door de natuurkundige Georg Christoph Lichtenberg. Georg Christoph Lichtenberg werd geboren in 1742 en tot 1799 woonde en werkte hij in Göttingen. In 1779 ontdekte hij de naar hem genoemde ‘figuren van Lichtenberg’, die worden beschouwd als de voorlopers van de pas later ontdekte elektromagnetische ontladingen in het hoogfrequentieveld. Het eerste artikel over hem werd pas in 1890 gepubliceerd door de Rus Jakob Narkiewicz-Jodko.
Aan het begin van de 20e eeuw ontdekte de Engelse arts Dr. Walter Kilner dat de menselijke aura kon worden gezien als je door een glasplaat keek die gebeitst was met dicyanide. Hij beschreef een stralingswolk die zich zo’n 20 cm uitstrekte en een duidelijk kleurspectrum had. Hij zag dat vermoeidheid, ziekte, stemmingswisselingen, magnetisme, hypnose of elektriciteit de grootte van de pulserende wolk veranderde en dat ook de kleuren anders werden.
Hij beschreef hoe uit de aura die zichtbaar werd achter het zogenoemde ‘Kilner-scherm’ ziekten konden worden gediagnosticeerd en beweerde steeds weer de samenhang te zien tussen ziektesymptomen en de voor hem zichtbaar geworden straling om iemand heen.
In Duitsland was het de hertog van Reichenbach die, op grond van experimenteel bewerkte gegevens, beweerde dat individuen met een bepaald talent in staat waren om objecten te zien opgloeien in een donkere kamer en dat het op dezelfde manier mogelijk was om de aura – die hij vergeleek met een gloeiende wolk van kleur – te zien die de persoon omgaf. Hij noemde het een ‘odische wolk’ en schreef de oorzaak van het gloeien toe aan een kracht die hij ‘od’ noemde. Zijn verklaringen konden echter in wetenschappelijke kring niet worden bevestigd.
In het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw slaagde het echtpaar Semjon en Valentina Kirlian erin om de ‘elektrofotografie in het hoogfrequentieveld’ te herontdekken. Hun methode maakte het mogelijk om de stralingen die voortgebracht worden door levende objecten zichtbaar te maken in een elektrisch veld zonder op wat voor manier dan ook schade te doen aan die organismen.
Deze revolutionaire ontdekking gaf aanleiding tot een breed scala aan speculaties. Volgens de Deense biofysicus Marco Bischof is de Kirlianfotografie een voorbeeld van geïnduceerde biofotonenstraling. Ook de Russische wetenschapper Injuschin is deze mening toegedaan.
Nieuwe onderzoeken zoals het biofotonenonderzoek van Prof. Dr. F.A. Popp zouden in staat moeten zijn de fenomenen van de hoogfrequentiebeelden te verklaren.
Volgens Prof. Popp is de samenhang tussen de Kirlian-fotografie en de verdeling van de oppervlakte-ladingsdichtheid van de huid belangrijk voor diagnostische evaluatie. De huidige situatie van een individu kan op deze manier voldoende worden beschreven via het beeld op een fotopapier. In de EEA worden de toppen van de vingers en tenen blootgesteld aan een apparaat met een hoge frequentie, omdat op deze sectoren van het lichaam de ladingsdichtheid erg hoog is. Het hoogfrequentieveld is absoluut ongevaarlijk voor de mens.
Het heeft jaren geduurd voordat er een apparaat was ontwikkeld dat reproduceerbare sectoren en fenomenen kon laten zien. De belangrijkste katalysatoren waren de Chinese termen yin en yang, positief en negatief, rechts en links, boven en onder. De polariteiten moesten ook in een stralingsbeeld zichtbaar zijn om informatie te kunnen geven over potentiële onregelmatigheden van het gehele organisme. Waarnemingen van patiënten en de structuur van hun stralingen, zoals die zich na een paar minuten op het fotopapier liet zien zijn steeds vastgelegd. Hier werd de eerste grondslag gelegd voor alle later gedane ontdekkingen op het gebied van de stralingsfenomenologie: om foto’s te maken van alle toppen van de vingers en de tenen op een vel papier. Tot dan toe fotografeerde men overal alleen maar één vingertop, één hand of één voet.
Het bekijken van de foto’s van vele patiënten gaf al na korte tijd de mogelijkheid de eerste interpretaties te maken en een begin te maken met de topografie van de organen. Deze topografie oriënteerde zich enerzijds op de klachten van de mensen en anderzijds op klinische bevindingen. Op deze manier zijn er door Peter Mandel sinds 1973 inmiddels meer dan 5 miljoen foto’s gemaakt en zo is de huidige topografie tot stand gekomen.
Door veel patiënten waar te nemen heeft Peter Mandel kunnen zien, dat lichamelijke klachten en ziekten energetisch al aanwezig zijn lang voordat de persoon er lichamelijk mee wordt geconfronteerd en dat ze zichtbaar kunnen worden gemaakt via fotografische fenomenen.
Net als alle andere energetische diagnosemethoden richt de EEA zich ook op de klinische diagnostiek. Het pad van de klinische diagnose zal echter veel gemakkelijker en sneller gaan met de EEA. In één oogopslag zijn er aanwijzingen te vinden over diverse plaatsen in het lichaam, terwijl de klinische geneeskunde een veelvoud aan specialisaties nodig heeft.
Tegenwoordig kunnen we de plaats waar verder klinisch diagnostisch onderzoek nodig is al in een vroeg stadium van ziekteontwikkeling aangeven. Dit spaart een enorme hoeveelheid tijd en geld uit.
Al in 1974 zijn de drie grote voordelen van de EEA door Peter Mandel gedefinieerd. Door de logische rangschikking van vastgelegde ketens van oorzaak en gevolg en de specifieke analytische methode van de EEA krijgt de therapeut
1. diagnostische aanwijzingen
2. therapeutische aanwijzingen
3. informatie over het reactievermogen van de patiënt via een controlefoto
Dat geeft de EEA het karakter van een documentair-visuele diagnose.
In deze ruim dertig jaar zijn de betekenissen van de sectoren overgebracht op de drie principes van het leven. Dat gaf de drie topografieën (lichamelijke, emotionele en geestelijke topografie) - die in overeenstemming met hun karakteristieken de drie lagen van de individuele mens benaderen.

